Noord Aa gebied




De Zoetermeerseplas is ontstaan aan het eind van de zeventiger jaren door het wegzuigen van grote hoeveelheden zand die nodig waren voor onder andere de aanleg van wegen voor het groeiende Zoetermeer. De 20 meter diepe plas, die 90 hectare groot is, dient tegenwoordig als recreatiemeer en als waterbuffer voor de stad.


Door het oppervlak en de grote diepte vriest de Zoetermeerse Plas in de winter zelden dicht. Dit maakt de plas tot een ideaal gebied voor overwinterende vogels in de regio. Het viswater in deze diepe plas wordt tot het baars-blankvoorntype gerekend met mogelijkheden voor de natuurdoelsoorten: drie- en tiendoornig stekelbaarsje. In de oeverzones komen onderwaterplanten voor en tussen de vooreilanden en de Broekwegkade, aan de westzijde van de plas, overheersen drijfbladplanten en een gevarieerde oeverbegroeiing. Ook de noordzijde van de plas, met uitzondering van het badstrand, wordt omzoomd door een relatief brede strook van natte ruigte aangevuld met hier en daar wat struikvormende wilgen. Negen planten- en diersoorten, die in dit gebied voorkomen, vallen onder de natuurbeschermingswet en vier soorten staan op de rode lijst. Dit is een lijst met soorten die in hun voortbestaan bedreigd worden. Tussen de Meerpolder en de Broekwegkade ligt nu, min of meer geïsoleerd, een zone structuurrijk natuurbos. Deze zone is ruimtelijk gescheiden van het natuurstergebied "Prielenbos" door enige extensief beweide ruige graslanden. Het Prielenbos is een moerasbos dat zich spontaan heeft ontwikkeld. Het kan het best gekarakteriseerd worden als een ruig elzenbroekbos met een rijk gevarieerd planten- en dierenleven. Er komt een aantal voor Zoetermeer bijzondere korstmossen, paddestoelen, dagvlinders en broedvogels voor. Ook is het gebied rijk aan amfibieën. In 1997 is het moerasbos vergroot met een ondiepe plas waar verlanding en moerasbosontwikkeling de komende tijd beeldbepalend zullen zijn. Om de 'natte structuur' van het Prielengebied herkenbaar te behouden is een apart waterpeilbeheer noodzakelijk. Tussen het Prielenbos en de Zoetermeerseplas ligt een nat hooiland dat in botanisch opzicht waardevol is. Buiten het natuurstergebied komen ook elders nog enige stukken spontaan ontwikkeld natuurbos voor die indertijd in het groenontwerp zijn geïntegreerd. Het zijn de restanten van een groot wilgenbos dat hier ten tijde van de zandwinning in de jaren 70 ontstaan is en de plas omzoomde. Het betreft het stuk wilgenbos tussen de Aziëweg en het fietspad achter het badstrand en het stuk bos gelegen aan de zuidkant van de plas bij Het Lange Land. De spontane wilgenbegroeiing is hier in de jaren '80 aangevuld met essen. Deze 'natuurbosrestanten' vormen tot op de dag van vandaag een solide basis voor het bijzondere natuurlijke karakter van het hele gebied. De droge periode heeft ervoor gezorgd dat er flinke scheuren in de bodem ontstonden, de zogenaamde prielen waaraan het bos zijn naam dankt. Een vlonderpad zorgt ervoor dat iedereen van dit stukje spontane natuur kan genieten zonder natte voeten te krijgen. Om het de natuur nog meer naar de zin te maken is het Prielenbos onlangs nog vergroot met een vogelkijkplas, compleet met observatiehut.

De Noordhovenseplas vormt de buffer tussen de wijk Noordhove en het Groene Hart. In tegenstelling tot de Zoetermeerseplas is deze plas maar 2 meter diep. Dat geldt ook voor de derde plas, de Benthuizerplas. Deze heeft door zijn natuurlijke inrichting en waterpeilbeheer -laagwater in de zomer, hoogwater in de winter- een heel eigen karakter gekregen. Voor beide plassen wordt gestreefd naar viswater dat tot het snoek-blankvoorntype gerekend wordt, met mogelijkheden voor bittervoorn, drie- en tiendoornig stekelbaarsje en de kleine modderkruiper. Hierbij zijn oever- en drijfbladplanten beeldbepalend. Door de helderheid komen een groot deel van het jaar ook onderwaterplanten voor. Aan de noord-westkant van de Noordhovenseplas is een nieuw moerasgebied ingericht dat vervangende ruimte moet gaan bieden aan een groep rode lijst vogelsoorten, die verdreven is met het graven van de Noordhovenseplas. Het gaat om de porseleinhoen, de rietzanger en de zomertaling.

De Benthuizerplas met z'n eilanden en natuurvriendelijke oeverinrichting is het tweede natuurstergebied in Noordelijk Plassengebied. De plas kent een natuurlijk peilbeheer met een lage waterstand in de zomer en een hoge waterstand in de winter. De in de zomer net droogvallende slikkige zones en platen zijn optimaal geschikt voor waadvogels en pionierplanten van de natte kale grond. De oeverzones en ondiepten tussen de eilanden en de plas vormen ideale voortplantingsplekken voor amfibieën en libellen. De Benthuizerplas is de eerste en tot nu toe enige plek in Zoetermeer waar aan natuur van de natte kale grond structureel ruimte wordt geboden. De natuurontwikkeling in de plas zal de komende jaren op de voet gevolgd worden. Dit gebeurt door de ontwikkeling van een aantal karakteristieke planten- en diersoorten te volgen.