Gewone walnoot (Juglans regia)


In de herfst kan er weer volop gesmuld worden van allerlei vruchtbomen. Denk bijvoorbeeld aan beukennootjes, hazelnoten en walnoten. De walnoten groeien aan een opvallende boom.

Knapen
De walnoot, die ook wel okkernoot wordt genoemd, kan een forse en prachtige boom worden. In Engeland maar ook zuidelijker in Europa staan knapen met een hoogte tot 33 meter en een stamomvang tot 6,5 meter. Ze hebben daarbij vaak een brede, volle kroon. In Nederland bereiken ze 'slechts' een hoogte van ongeveer 20 meter, misschien door het koudere klimaat of doordat oudere bomen veelal worden gekapt voordat ze volgroeid zijn.

Groeven
De walnoot houdt van een waterdoorlatende, vruchtbare bodem die veel kalk, magnesium, sporenelementen en fosfaat moet bevatten. De boom bloeit in mei, ongeveer gelijk met het uitkomen van de bladeren. De twijgen zijn groen of oranjebruin en de bladeren glanzend bruingroen. Bij het ouder worden krijgt de lichtgrijze stam diepe groeven, die vaak vorstscheuren vertonen omdat de walnoot gevoelig is voor vorst.

Het hout is donkerbruin, taai, buigzaam en duurzaam. Vanwege de mooie tekening wordt het hout gebruikt als fineer- en meubelhout. Vroeger maakte men er gebruiksvoorwerpen van, zoals lepels, deurklinken en vliegtuigpropellors.

Naam
De geschiedenis van de walnoot gaat terug tot 7000 voor Christus. Hij komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en Azië. De Romeinen brachten de boom later naar ons land. Zij noemden de boom Jovisglans = de eikel van Jupiter (Zeus). Wanneer na een bruiloft de bruid de slaapkamer betrad, strooiden de oude Grieken noten onder de gasten, opdat Zeus het huwelijk vruchtbaar zou maken. De soortaanduiding regia betekent koninklijk en is afgeleid van het Latijn rex (= koning). Het woord wal zou afkomstig zijn van walsh, dat vreemdeling betekent, waarmee wordt aangeduid dat het hier om een exoot gaat. Er wordt ook beweerd dat de benaming ‘walnoot’, van het oude Nederlandse woord: wal afkomstig is, hetgeen ’groot’ betekent, dus ‘grote noot’. Men vindt dit woord nog terug in walvis ‘grote vis’. Het woord noot is afgeleid van het Latijnse woord nux of van het Germaanse woord knud. In Vlaanderen noemt men deze boom ook notelaar, klabbertoet, nokerboom of okelaar.

Aromatisch
In tuinen bij kastelen en buitenplaatsen kreeg de walnoot een voorname rol toebedeeld: pronken met een majestueuze exoot. Tegenwoordig vindt men de boom vooral op erven en in boomgaarden. Vliegen en muggen hebben een hekel aan de geur van de
aromatische bladeren die juglandine bevatten. Vandaar dat men op boerderijen een walnoot vaak aantreft om muggen bij de koeienstal weg te houden. Met het afkooksel van de bladeren streek men het vee in tegen allerlei ongedierte. Men hing de notenbladeren ook in de babywieg om muggen en vliegen te weren.

Hersenen
De vruchten verschijnen aan bomen van 8 jaar of ouder en zijn vanaf september rijp. Ze moeten vanzelf uit de boom vallen. In de groene steenvrucht bevindt zich een ruwe houtige noot met daarin de eetbare walnoot.
Grappig is dat de gepelde noot op hersenen lijkt, een kleine hint van de natuur misschien? De olie ondersteunt belangrijke hersenfuncties en kan aderontstekingen voorkomen. De notendop werd vroeger gemalen gebruikt als anti-aanbaklaag in bakkersovens. Op dit moment worden in de vliegtuigindustrie de fijngemalen doppen nog steeds gebruikt als polijstmiddel.



Bijgeloof
Onder het christendom werd de okkernoot een boom van de duivel en symboliseerde macht en wellust. Op Sint Jan (24 juni) plukten vrouwen een blad van de walnoot af en legden deze in de linker schoen van hun echtgenoten om te voorkomen dat ze vreemd gingen.
Men geloofde ook dat je ernstig ziek kon worden als je onder de boom in slaap viel. De Nederlandse dichter Cats dichtte :”Waag u nimmer in den droom, onder enen notenboom.”

Gezondheid
Volgens Spaans onderzoek (Hospital Clinico in Barcelona) blijkt dat walnoten een positieve rol vervullen binnen de voeding. Walnoten leveren een bijdrage aan het flexibel en elastisch houden van de aderen. Zij verbeteren de conditie van de endotheelcellen op de binnenwand van de bloedvaten (o.a. goed voor laag houden cholesterol). Dat wordt verklaard door de vetzuursamenstelling, walnootolie bevat immers ruim 10% alfa-linoleenzuur en maar liefst 58% cis-linolzuur.